Boeskoolboer Jacob Laning

Op pagina 99 van het geschiedenisboek over Beijum staat een foto waarop Jacob Laning te zien is. Hij is zijn land aan het frezen, terwijl op de achtergrond de Bentismaheerd wordt gebouwd. De foto geeft een indringend beeld van de overgang van Beijum van buurtschap naar stadswijk.

Jaap Ekhart had in oktober 2013 een interview met Jacob en zijn vrouw Coby.

De familie Laning, drie generaties boeskoolboeren (kort)
Jacob Laning, geboren op 19 april 1930 in Zuidwolde, gaat er recht voor zitten. “Mijn grootvader Pieter Laning, mijn vader Jan Laning en zijn broer Jacob, mijn broer Pieter en ik … allemaal waren we boeskoolboer.”
Lachend zegt hij: “… over het geven van namen aan hun zonen hebben de Lanings nooit moeilijk gedaan. Het was gewoon Pieter, Jan of Jacob.”

Op zeer zware klei kan alleen maar ‘op’ de grond worden geteeld. Vandaar de boeskoolteelt rondom Zuidwolde en Beijum. Kolen komen immers op de grond tot volle wasdom. Kleiaardappelen groeien ‘in’ de grond en worden geteeld op lichtere klei.

Met de bouw van ‘het nieuwe Beijum’ verloren Jacob en Pieter Laning een stuk grond. “Het geld dat we voor het land kregen was een kleine compensatie, lag ver beneden de waarde. Eigenlijk zijn we onteigend.” Toch blikt Jacob tevreden terug: “Ik heb een mooi en rijk leven gehad. Beter had niet gekund.”

Na 22 jaar, in 1977, verhuizen Jacob en Coby naar de Koolstraat (Zuidwolde). “Een koolboer die in de Koolstraat woont, mooier kan het toch niet!” In 2005 zeggen Jacob en Coby Zuidwolde vaarwel en betrekken ze hun nieuwe woning in Bedum. “Maar natuurlijk voelen we ons nog steeds verbonden met Zuidwolde.”

Meer lezen? Het uitgebreide interview.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *